Artikel: Laagjes dragen in de herfst: zo doe je dat

Laagjes dragen in de herfst: zo doe je dat
Herfstdagen beginnen vaak koud en eindigen zacht, en je loopt de hele dag in en uit. Met laagjes pas je je aan zonder je om te kleden. Hier is een eenvoudige methode.
1. De basis: blouse, overhemd of T-shirt
Begin met iets dun en prettigs op de huid: een longsleeve, een blouse of een overhemd met een kraag die boven de volgende laag uitkomt.
2. Het midden: trui of vest
Een fijne gebreide trui, een spencer of een vest geeft warmte zonder dik te worden. Een vest is het flexibelst, want je draagt hem open of dicht.
3. De buitenlaag: jasje of jas
Een blazer werkt op zachte dagen, een mantel of gewatteerde jas op koude. Kies een buitenlaag met ruimte voor een trui eronder.
Houd het in balans
Zijn de bovenste lagen wijd, kies dan een rechte of smalle broek, en andersom. Houd het bij twee of drie kleuren die bij elkaar passen, zodat elke laag ook los werkt.
